Zoeken    
Verilabs > Wat wij doen

Wat wij doen

Het genetisch onderzoek in een familie vindt plaats aan de hand van een anamnese en een aan de hand daarvan opgemaakte stamboom.
 
In een stamboom beginnen we met het gezin van adviesvraagster en haar partner. Vervolgens tekenen we hun generatie: broers en zusters. Daarna de kinderen van broers en zusters, elk apart. Afwijkende individuen worden gemerkt en de afwijking eronder geschreven.
 
Een generatie naar boven bevinden zich de ouders van het adviesvragerspaar. Broers en zusters van de vier ouders worden ingetekend. Hun kinderen, neven en nichten van de adviesvragers, worden globaal aangeduid voorzover zij normaal zijn: overleden, afwijkende of anderszins niet-normale kinderen geven we apart aan met markering en vermelding van de afwijking of aandoening eronder.
 
Nog een generatie hoger bevinden zich de grootouders: hier besteden we aandacht aan op indicatie (bijvoorbeeld het vóórkomen van een dominant erfelijke ziekte in de familie).
 
In Figuur 1 is een voorbeeld van een stamboom uitgewerkt. In Figuur 2 is een voorbeeld van legenda gegeven zoals die ook ongeveer bij de klinische genetische centra in gebruik zijn.
 
Naast vragen over het vóórkomen van aangeboren afwijkingen en/of erfelijke ziekten in de familie van het betrokken paar, is het verstandig apart te vragen naar abortus, IUVD’s, doodgeboren kinderen, op jonge leeftijd overleden kinderen (ook al is geen oorzaak bekend of betreft het overlijden ten gevolge van een ongeval of verdrinking): dit wordt vaak niet spontaan gemeld of als mogelijk probleem gezien.
 
In Figuur 3 is een voorbeeld gegeven van een stamboom van een familie waarin een autosomaal dominant erfelijke afwijking aanwezig is.
 
In Figuur 4 is een voorbeeld gegeven van een stamboom van een familie waarin een autosomaal recessief erfelijke aandoening aanwezig is.
 
In Figuur 4A wordt de situatie van bloedverwantschap of consanguiniteit tussen partners en het vóórkomen van een autosomaal recessief erfelijke ziekte in de familie nader uitgewerkt.
 
In Figuur 4B wordt de situatie nader uitgewerkt van het risico op een autosomaal recessief erfelijke aandoening in een zwangerschap van een mogelijke drager van die aandoening en een partner met het bevolkingsrisico op dragerschap voor die ziekte.
 
In Figuur 5 is een voorbeeld van een stamboom met een X-linked recessief erfelijke ziekte.
 
In Figuur 5A is de veel vóórkomende situatie van één aangedane jongen met in dit geval de spierdystrofie van Duchenne te zien en de invloed daarvan op het risico op draagsterschap van zusters van de moeder van de jongen.
 
In Figuur 6 tenslotte is een voorbeeld te zien van de relatief zeldzame X-linked dominant erfelijke ziekten (voorbeelden zijn de Incontinentia Pigmenti, het Rett syndroom, het Alport syndroom en de Vitamine D-resistente rachitis). Bij deze X-L dominant erfelijke aandoeningen doet zich regelmatig de paradox voor dat er allen meisjes met de ziekte vóórkomen: mannelijke foetus met de aanleg zijn lethaal ziek en komen zelden levend ter wereld.
 
Aan de hand van de stamboom is te zien of een bepaald paar een mogelijk verhoogd risico heeft op een bepaalde aandoening. De erfmodus van een ziekte kan opgezocht worden in Online Mendelian Inheritance in Man (OMIM) op internet. Wordt een verhoogd risico op één of andere afwijking vastgesteld, dan adviseren we het betreffende paar zich in verbinding te stellen met het klinisch genetisch centrum van het LUMC.
 
De figuren zijn allemaal afkomstig uit het boek in wording ‘De toestand in de baarmoeder: prenatale diagnostiek, prenatale screening’ van Dr. Frans J. Los: hopelijk zal dit boek eind dit jaar of begin volgend jaar uitkomen als uitgave van Verilabs.